Goudlokje en de drie beren (teacher in role)

Hoe kun je een leuke dramales geven aan de kleuters? Voor jonge kinderen werkt het heel goed als je een teacher in role-spel met hen doet. Als docent neem je het voortouw. Je vertelt een avontuur en laat je groep het samen met jou beleven. Natuurlijk ga je ook in op suggesties van de leerlingen. Soms kan een liedje een aanleiding vormen tot zo'n dramales. Bijvoorbeeld het liedje: Dans met de beren. (Zie onderaan de pagina. )

U kunt dan samen met uw groep het verhaal van Goudlokje en de drie beren uitspelen.  Zorg dat u een ruimte tot uw beschikking heeft, waarin bewogen kan worden.

Hier ziet u een voorbeeld van dit teacher in role spel en de manier waarop de leerkracht erin voorgaat.

Het verhaal

  1. Wie gaat er mee naar het bos? (Iedereen natuurlijk :)) 
  2. We lopen over een lange weg.  (Doe je)
  3. We lopen over een hoge heuvel. We lopen de heuvel weer af.  (Doe je)
  4. Kijk, daar ligt het bos.  (Wijs) 
  5. We lopen het bos in.  (Doe je)
  6. Wat kraakt er zo onder onze voeten? (Wacht antwoord af. Takjes, denenappels, dennennaalden)
  7. Waar ruikt het naar?  (blaadjes, bloemen…  paddenstoelen)
  8. Wat horen we nou?  (fluiten…. Vogeltje)
  9. Rits rats roets…. Een eekhoorntje klimt de boom in..
  10. Wat is het mooi hier hè?
  11. In de verte zien we een heel klein huisje liggen. (Wijs) Zullen we er naar toe gaan?
  12. We lopen er naar toe.  (Doe je)
  13. Het huisje heeft 3 deurtjes. Eén grote, één middelgrote en één kleintje.  (Gebaren) 
  14. We gaan naar binnen. Door welk deurtje ga jij?  (Ieder kind mag door een eigen gekozen maat naar binnen.) 
  15. Wat een gezellig huisje!
  16. Als we binnen zijn, zien we een tafel met drie stoeltjes. Eén grote, één middelgrote en één kleintje.  (Gebaren) 
  17. Op welk stoeltje ga jij zitten?  (Ieder kind gaat op een eigen gekozen formaat stoeltje zitten.) 
  18. Op de tafel staan drie kommejtes pap. Eén hete. Een warme en ééntje met koude pap.
  19. Bij de hete pap ligt een grote lepel. Bij de warme pap een middelgrote lepel en bij de koude pap een klein lepeltje. We gaan van alle bakjes pap even proeven.
  20. Waar smaakt de pap naar? Is het lekker? Een beetje lekker? Of is het vies? Dat moet ik aan je gezicht kunnen zien.
  21. Dan gaan we van onze stoel af. Hoe moet dat? Waar zat je ook al weer op?  (Ieder kind gaat er op de eigen manier vanaf.) 
  22. Hee… er zit ook een trap in het huisje. We klimmen de trap op.  (Doe je)
  23. Er is een gezellig slaapkamertje met drie bedjes. Eén grote, één middelgrote en één kleine.  (Gebaren) 
  24. Oh… wat zijn we moe van de pap en de trap… Waar wil jij in liggen?  (Ieder kind gaat in het eigen formaat bedje liggen.) 
  25. We vallen in slaap. (Doe je)
  26. Plotseling horen we een deurtje. Er klinkt een papastem die zegt: Heee…. Wie heeft er op mijn stoel gezeten? Dan klinkt er een mamastem die zegt…. Huh? Wie heeft er van mijn pap gegeten? Een klein stemmetje zegt: nou moe,  er heeft ook iemand op mijn stoeltje gezeten! En er heeft ook iemand van mijn pap gegeten! (Doe dit met passende stemmetjes) 
  27. Opeens horen we voetstappen op de trap stampen.
  28. Een klein stemmetje zegt: Papa, mama…Er ligt iemand in mijn bedje.
  29. Van wie zijn die stemmen? Ze zijn van de drie beren.
  30.  Beren? (Schrik)  Dan moeten we wegrennen. (Doe je)

  Combineer dit teacher in role-spel eventueel met het aanleren van het liedje Dans met de beren: