Stomme film (acteeropdracht Kzing)

    1. Acteren, kijken, luisteren, reflecteren. Thema: hoe past muziek bij de film? Stomme film. De bioscoop vroeger, de cinema. Charlie Chaplin. Dikke en de dunne.  Langere activiteit.
      Geschikt voor de hoogste groep van de middenbouw. Geschikt voor de bovenbouw.
        • Acteeroefening Kzing
        • Informatie over de stomme film en Charlie Chaplin

 

    1. Acteeroefening stomme film

      1. Deel leerlingen in in groepjes.

      2. Ieder groepje krijgt een kaartje, met daarop emoties. (Spijt, trots, wanhoop, jaloezie, schaamte, haat, angst, blijheid etc.)

      3. De leerlingen mogen daar een korte pantomime-scène bij bedenken. (Er mag dus niet bij gesproken worden!) Dit keer worden er geen kaders gegeven.

      4. Terwijl de leerlingen hun scène spelen, draait de leerkracht de muziek wind-scène af. De leerlingen hebben de muziek dus van te voren niet gehoord.

      5. Leerlingen moeten na afloop feedback geven. Voegde de muziek iets toe aan de scène? Of paste het er helemaal niet bij?

       

      De stomme film.

      In Nederland noemen we het een stomme film, in Vlaanderen heet het een stille film. In een stomme film zie je alleen beelden. Je hoorde de mensen dus niet praten en je hoorde ook de geluiden niet.

Pas in 1927 werd het mogelijk om het geluid en het beeld van een film tegelijkertijd (oftewel synchroon) af te spelen. Ook was er nog geen ondertiteling. Om het verhaal duidelijk te maken, kwamen er teksten op bordjes in de film voor.

Soms was er in de bioscoop een explicateur aanwezig. Dat was iemand die zei wat er gezegd werd. Die maakte ook geluiden bij de film. Als er bijvoorbeeld op de film een motor aangeslinged werd, draaide die meneer aan een ratel. Als er iets viel, sloeg hij met een stok op tafel. Zo'n stok heette een slapstick. Daarom noemen ze die films ook wel eens slapstick.

Verder zat er vaak een pianist of een klein orkestje in de bioscoop. Het publiek zag dat niet, want de musici zaten in een lage orkestbak. Maar de artiesten zagen het scherm wel en maakten passende muziek bij de film. Sommige filmsterren konden niet blijven toen er gesproken films waren, omdat ze gewend waren heel overdreven te acteren. Maar er kwamen veel jonge filmsterren, die heel populair werden.

Bekende artiesten uit het genre van de stomme film zijn Charlie Chaplin en Laurel en Hardy, ook wel bekend als de dikke en de dunne.

Een film die gaat over de overgang van de stomme film naar de gesproken film is de kaskraker "Singing in the rain" uit 1952. Bekijk het volgende fragment, waarin je kunt zien dat de eerste "talkies" nog niet zo succesvol waren. (Begin eventueel iets later in het filmpje)